waarom elke dag hetzelfde eten niet gezond is

Waarom elke dag hetzelfde eten niet gezond is

Het is een vaak gehoord advies dat je gevarieerd moet eten om gezond te blijven. Toch eten veel mensen elke dag ongeveer hetzelfde, omdat het gemakkelijk is of omdat het saai genoeg is om niet in de verleiding te komen om te veel te eten. Als je elke dag dezelfde gezonde voedingsmiddelen eet – bijvoorbeeld yoghurt met aardbeien bij het ontbijt, een salade met quinoa als lunch en zalm met broccoli als avondmaal – kan dat toch niet ongezond zijn?

Toen de nadruk in de voedingsleer nog op de macronutriënten (koolhydraten, eiwitten, vetten), de micronutriënten (vitaminen, mineralen, spoorelementen) en vezels lag, was het vooral belangrijk dat je elke dag van elke voedingsgroep iets at. Dat was het oorspronkelijke idee van gevarieerd eten.

De laatste jaren wordt steeds meer belang gehecht aan de fytonutriënten, de bioactieve stoffen in plantaardig voedsel – polyfenolen, flavonoïden, isoflavonen, lignanen, stilbenen, fytosterolen, carotenoïden, xanthofyllen, triterpenen, ellagitanninen, fenolzuren, zwavelhoudende stoffen, enz.
Elke groente- of fruitsoort of ander plantaardig voedingsmiddel bevat andere bioactieve stoffen. Als je elke dag broccoli eet, krijg je veel gezonde zwavelhoudende stoffen binnen, maar mis je een heleboel andere. Hetzelfde geldt voor fruit, noten, zaden, peulvruchten, granen, paddenstoelen, enz. Elk plantaardig voedingsmiddel heeft zijn eigen unieke voedingsprofiel.

Maar er is nog een reden om zo veel mogelijk verschillende voedingsmiddelen te eten: de darmflora. Hoe gevarieerder je eet, hoe gevarieerder je darmflora wordt (meer verschillende soorten bacteriën). Hoe gevarieerder je darmflora, hoe gezonder je metabolisme. De bacteriën in de darm voeden zich niet allemaal met dezelfde nutriënten. Sommige bacteriën voeden zich met koolhydraten of vezels, andere met eiwitten. Als je eenzijdig eet, krijgen bepaalde bacteriën te veel en andere te weinig voedsel. Dat betekent dat sommige bacteriën zich sterk kunnen vermenigvuldigen en andere afsterven. Verschillende bacteriën hebben verschillende taken, zoals het moduleren van de immuniteit, het remmen van inflammatie, het controleren van de bloedsuikerspiegel, het reguleren van honger en verzadiging, de afbraak en opname van voedingsstoffen, de activiteit van genen, enz.

Een bacterieel onevenwicht – verstoorde darmflora, dysbiose – is gelinkt aan metabole aandoeningen, zoals overgewicht, diabetes, chronische ontsteking en kanker.
Een gezonde, gevarieerde darmflora is ook belangrijk om de bovengenoemde bioactieve stoffen en andere nutriënten uit de voeding om te zetten in nog actievere stoffen.
Jolanda van Gennep